Voor Rianne Doorn van Rembrandt Fysiotherapie & Revalidatie was het al snel duidelijk dat de toestroom van revalidatie cliënten in de praktijk door COVID-19 groter zou worden. Maar niet alleen voor de fysiotherapie bleek deze nieuwe cliëntengroep relevant. Diëtist Rianne Mulder en logopedist Marloes van Hienen zagen eveneens een toename van hun cliëntenbestand. Dat er een multidisciplinaire aanpak in de revalidatie van covid-cliënten nodig was, was voor deze drie zorgverleners vanaf het begin af aan duidelijk. De samenwerking werd gezocht en gevonden. Ze delen in dit interview hun ervaringen uit de praktijk. 

 

Waarom zijn jullie een team gaan vormen rond covid-cliënten?

Rianne Doorn: “We zagen al meteen dat er mensen na een corona-infectie zouden moeten gaan revalideren. Omdat ik binnen PMI Rembrandt betrokken ben bij de longrevalidatie, heb ik mij direct aangemeld voor de e-learning revalidatie covid-cliënten in de eerste lijn, georganiseerd door Chronisch ZorgNet. In deze e-learning werd benadrukt dat een multidisciplinaire samenwerking met disciplines zoals ergotherapie, logopedie en diëtetiek van groot belang is. Binnen onze praktijk ben ik degene geweest die de COVID-19-revalidatie heeft opgezet en gecoördineerd. Ik ben zelf actief op zoek gegaan naar samenwerking.”

Rianne Mulder: “Ik begeleid doorgaans veel verschillende mensen op het gebied van voeding. Omdat de covid-cliënten die in het ziekenhuis werden opgenomen geregeld te kampen hadden met overgewicht is de nadruk de laatste jaren op gezonde voeding en leefstijl toegenomen. Ik heb mij laten bijscholen met betrekking tot deze cliëntengroep.”

Marloes van Hienen: “Als logopedist heb ik mij gespecialiseerd in onder andere klachten op het gebied van copd, astma, hyperventilatie. De specialisatie COVID-19 was dan ook een logische volgende stap. Binnen een eerstelijns logopediepraktijk worden doorgaans veelal kinderen behandeld. Zelf richt ik mij meer op de doelgroep volwassenen. Bij covid-cliënten zie ik onder andere veel adem- en slikproblemen, maar ook problemen waarbij andere disciplines nodig zijn. Als mensen lange tijd benauwdheidsklachten hebben ervaren zie je soms dat ze sneller angstig zijn, of dat er aan conditie gewerkt kan worden.”

 

Welke zorgverleners zijn er allemaal bij betrokken en hoe is het overleg geregeld?

Rianne Mulder: “Naast onze eigen disciplines, fysiotherapie, logopedie en diëtetiek, werken we ook samen met een ergotherapeut, psycholoog en een maatschappelijk werker. Het hangt van de cliënt zelf af welke disciplines er worden ingeschakeld. De cliënt houdt daarin de regie. Wij hebben een adviserende rol.”

Rianne Doorn: “Marloes, Rianne en ik hebben met regelmaat overleg, samen met Sanne Wemekamp, ergotherapeut uit Duiven. In dat overleg bespreken wij cliënten die wij samen behandelen maar houden wij ook casusbesprekingen. Niet elke cliënt wordt door alle disciplines behandeld, maar zo blijf je wel goed op de hoogte van wat de andere disciplines behandelen. Je blijft alert zodat je cliënten kan adviseren hulp te zoeken bij andere disciplines.”

 

Hoe werkt de samenwerking rondom de cliënt in de praktijk?

Rianne Doorn: “Vaak zie je dat mensen via de huisarts worden doorgestuurd of via het ziekenhuis. Het merendeel van de cliënten komt eerst via de fysiotherapie binnen. Dan wordt er middels een intake en onderzoek gekeken en of er andere disciplines bij betrokken moeten worden. Ik leg altijd aan de cliënt uit met wie we samenwerken en wat er mogelijk is. Als ik denk dat er andere zorgverleners bij betrokken moeten worden ga ik in overleg met de cliënt en na zijn/haar akkoord leg ik dan contact via de app (Siilo) met Marloes, Rianne of een andere discipline. In de beveiligde app stuur ik kort de informatie over de cliënt en vraag ik of er een afspraak ingepland kan worden.”

Marloes van Hienen: “Mensen met covid kunnen ademhaling- en stemproblemen krijgen. Als je vermoeid bent, kun je geen goede ademdruk geven. Je praat zachter en articuleert minder goed. De cliënt raakt buiten adem tijdens het spreken en hapt dan naar lucht. Soms wordt ook de stem hees omdat er te weinig kracht is. Samen met de cliënt wordt getraind om de stemplooien weer goed te laten sluiten, zodat de stem weer helderder klinkt.

Daarnaast komen slikklachten voor. Als je slikt, gaat je strottenhoofd omhoog en wordt de luchtpijp afgesloten. Dan kun je veilig slikken naar de slokdarm toe. Covid-cliënten hebben vaak minder spierkracht in hun lichaam. Ze krijgen dan het strottenhoofd niet goed omhoog waardoor de kans op verslikken toeneemt. Als een cliënt benauwd is kan slikken een naar of zelfs een angstig gevoel geven. Wat dan opvalt is dat de cliënt langzamer slikt, of de slik forceert.”

“Door samen de krachten te bundelen, kun je de cliënt beter helpen.” 

Rianne Mulder: “Het ligt er inderdaad aan met welke reden ze doorverwezen worden. Het kan zijn dat een cliënt een tijd niet goed heeft kunnen eten omdat hij of zij te ziek was waardoor er een groot risico is ontstaan op ondervoeding. Bij covid-revalidatie is onder andere de eiwitinname van belang. Als de eiwitinname niet voldoende is, kan de cliënt meer moeite hebben met de lichamelijke training bij de fysiotherapeut. Dit maakt het samenwerken waardevol. Je ziet dat je door samen de krachten te bundelen, je de cliënt beter kan helpen.”

 

Hoe ervaren de cliënten deze vorm van zorgverlening?

Marloes van Hienen: “Over het algemeen hoor ik veel positieve berichten. Mensen snappen dat er meerdere disciplines bij betrokken zijn. Omdat er meer zorgverleners bij betrokken zijn zie je ook sneller resultaat en dat werkt heel prettig.”

 

Zijn jullie van mening dat er in de zorg ook bij andere aandoeningen meer op deze manier gewerkt zou moeten worden?

Rianne Doorn: “Absoluut. Cliënten vinden het ook fijn dat er meerdere disciplines worden ingeschakeld. Als een cliënt met covid lang op zijn buik heeft moeten liggen en daardoor last heeft gekregen van schouderklachten, dan schakel ik mijn collega de schouderspecialist in. Vervolgens krijg ik van hem de terugkoppeling hoe ik dat in de verdere behandeling kan meenemen.”

Rianne Mulder: “De wil is er binnen de paramedische zorg om samen te werken. Als je eenmaal de lijntjes hebt, dan is het gemakkelijker om ook op andere gebieden samen te werken.”

Marloes van Hienen: “Ja, in de meeste gevallen zie je dat cliënten sneller positieve resultaten behalen als er goed wordt samengewerkt met andere betrokken disciplines. Door de lijntjes kort te houden kun je bepaalde oefeningen/adviezen herhalen of toepassen waardoor een cliënt het sneller onder de knie heeft.”

 

Wat zijn de kritische succesfactoren binnen het team om op deze manier te kunnen werken?

Rianne Mulder: “Korte lijntjes zijn heel belangrijk. Zodat je gemakkelijk telefonisch, via Siilo of mail contact met elkaar kunt opnemen.”

Marloes van Hienen: “Het is leerzaam om een kijkje in elkaars keuken te nemen zodat je  precies weet wat je aan de ander hebt. Je krijgt meer inzicht welke klachten bij welke discipline thuishoren.”

“Netwerken: is hard aan de weg timmeren en je moet er zelf actief mee aan de slag”

 

Hebben jullie nog tips voor andere zorgverleners als het gaat om het opbouwen en onderhouden van een netwerk?

Rianne Doorn: “Ons eigen kleine netwerk is goed te onderhouden. Ik denk dat de kracht van de herhaling goed werkt. Wij sturen regelmatig reminders naar huisartsen, praktijkondersteuners en ziekenhuizen. Ook investeren we in narrowcasting. We hebben een scherm in de wachtkamer hangen waarop we multidisciplinair communiceren. Dus iedereen kan lezen wat we doen en wat we aanbieden. Daarnaast hoop je mond-tot-mond reclame te bewerkstelligen door goede zorg te leveren. Een netwerk opbouwen en onderhouden betekent in ieder geval dat je hard aan de weg moet timmeren en er zelf actief mee aan de slag.”

Recent Posts