Caroeline Stevens werkt sinds 2018 bij Zilveren Kruis als medisch en zorginhoudelijk adviseur. Samen met haar collega’s ziet ook Caroeline dat het huidige zorgsysteem niet houdbaar is. “Er ligt een steeds grotere uitdaging in het betaalbaar houden van de zorg, zonder dat er ingeleverd hoeft te worden op zorgkwaliteit. Wij gaan er binnen het beleid van de komende jaren steeds meer naartoe werken dat verzekerden de keuze hebben in de manier waarop ze de zorg geleverd krijgen. Het belang van de eerstelijnszorg wordt alleen maar groter.”

Zilveren Kruis stelt bewust adviseurs aan die beschikken over relevante praktijkervaring. Om deze reden is ook Caroeline bij Zilveren Kruis terecht gekomen. Na het afronden van haar opleiding fysiotherapie in 1991, heeft Caroeline jarenlang als fysiotherapeut gewerkt. In 2016 heeft zij de stap genomen om haar praktijkervaring in te zetten bij het KNGF om in 2018 de overstap te maken naar Zilveren Kruis.  

Alle werelden komen samen 

“Bij de beroepsvereniging kon ik veel doen voor onze beroepsgroep, alleen het was voor mij te eenzijdig. Wat ik zo mooi vind aan mijn werk als medisch en zorginhoudelijk adviseur bij Zilveren  Kruis, is dat daar alle werelden samenkomen. Ik kan mij bezighouden met de inkoop en de inhoud van de paramedische zorg. Daarbij ligt een grote uitdaging in het betaalbaar houden van de zorg voor onze verzekerden, zonder dat er ingeleverd hoeft te worden op zorgkwaliteit.” 

Belang eerstelijn wordt alleen maar groter 

Volgens Caroeline heeft fysiotherapie heel veel potentie om een belangrijke plek in te nemen in de gehele zorgketen, maar de verschillende belangen binnen de beroepsgroep maken het complex. “Er is veel verdeeldheid binnen de beroepsgroep. Verschillende meningen hebben is prima, maar geef elkaar wat ruimte. Het belang van de eerstelijn wordt alleen maar groter, alleen de manier waarop is een zoektocht. Kan het ook anders georganiseerd worden?”

Beleidsstappen Zilveren Kruis 

“Wij gaan er binnen het beleid van de komende jaren steeds meer naartoe werken dat verzekerden de keuze hebben in de manier waarop ze de zorg geleverd krijgen. Het is niet meer nodig dat de patiënt altijd naar de praktijk komt om zijn of haar oefeningen te doen. Het gaat er echt anders uitzien.”  

Leveringsvormen van de zorg gaan wezenlijk veranderen 

Caroeline geeft aan dat de leveringsvormen van de zorg de komende jaren wezenlijk gaan veranderen. Er vindt steeds meer een verschuiving plaats van een hulpvragende patiënt naar een klant met een zorgvraag. “Deze klant heeft andere verwachtingen van de fysiotherapeut. Er is behoefte aan tijds- en plaatsonafhankelijke zorglevering. Er is ook steeds meer behoefte aan digitale begeleiding en ondersteuning met trainings- en oefenprogramma’s. Klanten hebben steeds vaker zelf de regie in hun behandeltraject. De inhoud van ons beroep kan niet op dezelfde manier geborgd worden als de leveringsvorm verandert. Het is belangrijk dat zorgverleners de zorg op andere manieren beschikbaar gaan stellen. Wij kijken nu kritisch of de inhoud die in een traject zit ook noodzakelijk is voor alle trajecten. Hierbij gaan wij patiënten meer in categorieën indelen. Dit heeft niets met leeftijd te maken. Dertigers kunnen zeggen ‘ik wil echt naar de fysio toe’ terwijl sommige mensen van 70+ zeggen  ‘ik vind online zorg fantastisch’.”

Fysiotherapeut kom van je eiland af

“Een andere belangrijke beleidsontwikkeling is dat wij willen stimuleren dat zorgverleners van hun eilandjes afkomen en veel meer samen gaan doen met andere disciplines. Dat er vanuit een probleem/klacht geïnventariseerd wordt wat de onderliggende belemmering is. Hier dient het zorgaanbod op aan te sluiten. Dat er bij de hulpvraag van de patiënt ook gekeken wordt of er voor een optimaal resultaat wellicht een combinatie van paramedische zorg nodig is. Denk bijvoorbeeld aan een combinatie van fysiotherapie, ergotherapie en diëtetiek bij valpreventie. Om dit mogelijk te maken moeten wij eerst intern dwarsverbanden maken, zodat het daarna extern uitvoerbaar en toepasbaar wordt. Dit is ongelooflijk complex, omdat wij te maken hebben met verschillende bekostigingsmodellen. Ik heb het dan ook echt over meerjarentrajecten. Het zit er wel aan te komen. Paramedici moeten in de toekomst gewoon onderling cases met elkaar kunnen uitwisselen en samenwerken op basis van de hulpvraag van de patiënt. Zorg op maat dient voor iedereen beschikbaar te zijn. Per definitie staat dit dan voor zinnige zorg!”  

Huidige vergoedingsmodel niet ideaal

“In het huidige vergoedingsmodel worden prestaties gedeclareerd. Dit vergoedingsmodel lijkt voor de toekomst niet ideaal, want hierdoor blijft de prikkel prestatie versus beloning bestaan. Dit, terwijl je als fysiotherapeut meer vrijheid zou willen hebben, zonder dat dat direct financiële consequenties heeft. Het is alleen heel ingrijpend om dat in het systeem te veranderen. Nu vragen wij aan de ene kant om het behandelgemiddelde laag te houden, maar geven (nog) geen extra mogelijkheden om dat mogelijk te maken. Wij zijn ons daarvan bewust.  

Verkennen van alternatieve vergoedingsmodellen 

“De prikkel om te behandelen als voorwaarde voor een vergoeding maakt het in het huidige vergoedingsmodel moeilijk om de kwaliteit of inhoud van het behandelen te beoordelen. Daarnaast komt de betaalbaarheid van de aanvullende verzekering steeds meer onder druk te staan. Er zijn echt andere bekostigingsmodellen nodig om de druk te verminderen. We maken nu kennis met het  programmawerken van Zorg1. Zij hebben een alternatief vergoedingsmodel ontwikkeld dat wij binnen Zilveren Kruis aan het verkennen zijn. Een andere optie is dat wij onderzoeken hoe digitale zorg ook een rol kan spelen in het betaalbaar houden van de zorg. Binnen zo’n maatwerk behandelprogramma is het mooie dat de zorgaanbieder vrij blijft om de zorg zelf in te richten naar wat hij/zij vindt dat de beste zorg is voor de patiënt. Hier past het aanbieden van zorg op afstand ook goed in.” 

Zorg op afstand 

We moeten eerst maar eens leren wanneer we wel en niet zorg op afstand kunnen inzetten. Kunnen  bepaalde behandeltrajecten bijvoorbeeld helemaal online? En welke trajecten echt niet? Wanneer moet iemand wel en wanneer niet naar de fysiotherapeut toe?” Zorg verlenen via het beeldscherm  werkt echt anders. Hoe breng je een boodschap over via het beeldscherm? Welke non-verbale signalen kun je uit een beeldcontact halen? Hoe maak je écht contact met je patiënt en hoe creëer je een zelfde mate van vertrouwelijkheid en veiligheid als in de behandelkamer? Allemaal issues die we niet één twee-drie kunnen beantwoorden, maar die wel cruciaal zijn als we zorg op afstand van toegevoegde waarde willen laten zijn.”  

Inhaken op bestaande initiatieven  

“Kortom: we moeten ervoor waken dat we nu niet in de valkuil stappen om traditioneel te blijven denken en binnen die bestaande kaders willen volstaan met kleine aanpassingen. Er is geen reden  meer om terug te willen naar ‘hoe het was’. De toekomst van de fysiotherapie is nu, er is veranderingsbereidheid op alle niveaus en er is zoveel mogelijk! Kunst is om te kijken hoe de wereld er na corona uitziet. Wij – maar ook de fysiotherapeuten – denken nog teveel in traditionele patronen en dat beperkt ons soms om in oplossingen te denken en nieuwe kansen te zien. Maar onze verzekerden,  jullie patiënten, doen dat ook. Hun verwachting heeft invloed op de keuzes die wij maken, maar ongetwijfeld ook op de keuzes die de fysiotherapeuten maken. 

Belang van fysiotherapie 

Het is onze gezamenlijke taak om onze verzekerden, jullie patiënten, mee te nemen in de transitie die plaatsvindt en hen goed te informeren over het belang van fysiotherapie voor hun gezondheid. Binnen ons inkoopbeleid fysiotherapie 2021 is één van de modules ‘Samenwerken in de Regio’. Hier konden praktijken een voorstel voor indienen. We zijn deze momenteel aan het beoordelen. Wij hopen heel erg dat daar aanvragen tussen zitten voor projecten waarin zorg op afstand wordt aangeboden. We willen graag projecten in het land mogelijk maken, die bedacht zijn of zelfs al deels gestart zijn. We willen meegaan in iets wat ontwikkeld is als oplossing voor een probleem waar zorgaanbieders al mee te maken hebben. De kunst is om mensen te vinden die durven om te denken. Door aan te haken bij innovatieve praktijken, kunnen we deze ideeën veel meer kans van slagen geven.” 

 

Recommended Posts